Vanaf 1950 zijn het landschap en de natuur in Oost-Nederland ingrijpend veranderd. Hoe zag het er vroeger uit en met welke dieren en planten? Ecoloog Onno de Bruijn zocht het antwoord in zijn notitieboekjes en schreef een boek over het landschap van vroeger: ‘Van Kerkuil tot Laplanduil’.

Van kerkuil tot laplanduil is de titel van zijn boek. De kerkuil was zijn eerste liefde. Al in de jaren 60 was deze uil zeldzaam. De Bruijn ontdekte dat deze uil weinig nestgelegenheid bij boerderijen had en ging nestkasten timmeren. Inmiddels hangen er honderden kasten in Oost-Nederland. ,,En gelukkig gaat het goed met deze prachtige uil, dankzij samenwerking van boeren en natuurbeschermers. Inmiddels staat de kerkuil niet meer op de rode lijst van bedreigde vogels. Een succesverhaal.”

Op de fiets verkende hij op 22 mei 1968 de omgeving van Winterswijk. Geholpen door z’n aantekeningen uit die tijd beschrijft hij in het boek een ongekend rijk landschap met bosjes, houtwallen, slingerende zandweggetjes, bloemrijke weilanden en akkers met rogge, haver en gerst. Hier kwam hij de ortolaan tegen, een zangvogel, en graanvelden omgeven door brede eikenwallen en ruige akkerranden. Tientallen broedparen van de ortolaan noteerde hij die dag. Maar in 1994 waren ze weg, de ortolanen. ,,De granen, de randen vol onkruiden en houtwallen verdwenen en met dit oude boerenlandschap ook de ortolanen. Ze zaten later nog in Duitsland, maar nu moet ik naar Polen om ze te zien.”

In de latere jaren toog hij naar de Tinner Dose, een groot heide- en veengebied bij het Duitse Meppen, 50 kilometer over de grens met Twente. ,,Een nog grotendeels ongeschonden gebied, merkwaardig genoeg omdat het militair oefenterrein was. Ik zag er nog broedende klapeksters, in Nederland uitgestorven.” Maar ook paapjes, draaihalzen, watersnippen, kemphanen, veldleeuweriken en grauwe klauwieren. Hij beschouwt dit 3000 hectare grote gebied als een voorbeeld van hoe door goed beheer ook veengebieden in Oost-Nederland kunnen worden hersteld.

Als we de natuur willen herstellen dan kan dat, de veerkracht is groot
Ecoloog Onno de Bruijn

Dit jaar sloeg echter het noodlot in de Tinner Dose toe. Bij een oefening deze zomer werd het gebied in brand geschoten, door een helikopter die een oefenraket afschoot. ,,Bijna een derde van het gebied is verbrand. Er was geen blusmaterieel. Vreselijk jammer, want nu groeit hier straks geen heide en veen meer, maar pijpenstrootjes.” En toch houdt hij hoop. ,,Dit soort gebieden blijven belangrijk. Want hier zijn nog de planten en dieren die terug kunnen komen als we Twentse natuurgebieden herstellen en beheren. Zonder zulke gebieden zijn ze er gewoon niet meer.”

In Wit-Rusland beschermde hij de zeldzame laplanduil. ,,Om te voorkomen dat ze worden afgeschoten en op de schoorsteenmantel van een rijke Rus terechtkomen maakte ik een deal met boswachters van het Bialowieza-oerbos. Ik betaal 100 euro per geslaagd nest en dat werkt prima. Het aantal is in het Bialowieza-oerbos toegenomen en de ­uil broedt nu zelfs in het Poolse deel van dit unieke gebied.” Het zijn deze en andere successen die hem moed geven. ,,Ik wil niet somberen over hoe mooi het vroeger was. Als we de natuur echt willen herstellen dan kan dat, de veerkracht is groot. Maar we moeten goed weten wat we willen herstellen en hoe dat kan. Ik hoop dat mijn boek daaraan bijdraagt.”

Van Kerkuil tot Laplanduil, Bescherming van kwetsbare topnatuur. Onno de Bruijn, 380 pagina’s met foto’sISBN 978-90-9031308-5. Prijs 24,50 euro (excl. verzendkosten). Te bestellen via www.eelerwoude.nl

Een laplanduil.