Zonneparken en windmolens hebben de warme belangstelling van grondbeheerders. Tijdens de Masterclass Duurzame Energie, georganiseerd door de FPG in samenwerking met de NVR, werd kennis gehaald én gedeeld. Op het gebied van juridische en fiscale aspecten, waardering, ruimtelijke ordening, landschappelijke inpassing en gevolgen voor natuur en bodem.

“Gestuwd door het klimaatbeleid en de SDE+ is er een ouderwetse bonanza gaande. Slimme internetjongens hebben de bitcoin, grondeigenaren hebben zonnepanelen – waar of niet waar”. Met deze woorden van voormalig staatssecretaris Henk Bleeker opende Berend Pastoor, directeur van de FPG, de Masterclass op 8 november 2018. Maar het is natuurlijk niet allemaal goud wat er blinkt. Daarom organiseerde FPG samen met NVR hierover deze workshops. Na het drukbezochte Symposium Duurzame Energie van vorig jaar, bleek er grote behoefte aan die verdieping. De workshops over juridische en fiscale aspecten en over de waardering van grond bleken dan ook het meest in trek.


Zonder SDE+ subsidie geen businesscase

Een redelijke vergoeding voor grond waarop een zonnepark gerealiseerd wordt, ligt tussen de 2000 en 7000 euro per hectare per jaar, zo berekenden Marc Lindhout en Thijs van Rossum van LBPISIGHT. Het is een een brede range waarbij de uitkomst afhankelijk is van verschillende factoren. Bepalend zijn onder andere de kosten van de aansluiting (die wordt bepaald door de afstand naar een aansluitpunt), de schaalgrootte van het project en de opbrengst van de panelen. Ook bepalend is het aantal panelen dat geplaatst kan worden. Vaak neemt dat aantal af naarmate er meer eisen worden gesteld aan landschapskwaliteit, bodemkwaliteit en natuurontwikkeling. Zonder de SDE+ subsidie is er echter helemaal geen businesscase. In de najaarsronde SDE+, is voor meer dan 4 miljard euro subsidie aangevraagd voor zonnestroomprojecten.


Draagvlak omwonenden door compensatie

Om de ruimtelijke ordeningsprocedures met succes te doorlopen is steun van de gemeente en draagvlak in de omgeving noodzakelijk, aldus Daniël Verburg van LBPISIGHT en Stephan Schorn van Eelerwoude. Hoewel niemand tegen duurzame energie is, is wel het NIMBY-principe geldig. De uitdaging is om dat om te zetten in Yimby, aldus Verburg: Yes in my backyard. Draagvlak wordt niet alleen gecreëerd met een goede landschappelijke inpassing, maar ook door vanuit het project financieel bij te dragen aan de omgeving. Bijvoorbeeld door het leveren van gratis elektriciteit, aandelen in het project of bijdragen aan “de dorpsmolen”. Dat geldt zeker bij de realisatie van windmolens, aldus Arend Dijkstra, van LPBISIGHT. Hij gaf aan dat de vergoedingen voor een windmolen op een halve hectare, zo’n 12-14 duizend euro per jaar, steeds vaker gedeeld moeten worden.


Verschuiving van laten ontwikkelen naar zelf ontwikkelen

De juridische basis voor een zonnepark of windmolen is complex en de constructie vergt veel aandacht. Grondbeheerders worden geconfronteerd met een intentieovereenkomsten, optieovereenkomsten en exploitatie overeenkomsten. Elk met eigen voetangels en klemmen. Gerben Bosma van Bosselaar Strengers advocaten ging hier uitgebreid op in. Verder is er een verschuiving te zien van het eenvoudig vestigen van een opstalrecht naar het stichten van een energiecoöperatie.


Pas op bij overdracht

De fiscaliteit is in elk geval een belangrijk aandachtspunt. Fiscalist Pieter Seegers was daarover heel helder: Fiscaal gezien is het vooral van belang om goed op te letten als sprake is van een vrijstellingsperiode, bijvoorbeeld in het kader van NSW of bedrijfsoverdracht.


Oog voor natuur is belangrijk

Een zonnepark dat ten koste gaat van biodiversiteit levert geen duurzame energie, aldus Roderick Groen van ARCADIS. Dat hierover grote zorgen bestaan, blijkt wel uit Kamervragen die gesteld zijn naar aanleiding van het artikel het artikel ‘Ecologen: zonneparken zijn funest voor de natuur’. Toch is het mogelijk om zonnepanelen en zorg voor bodem en natuur te combineren. Hoe dat vormgegeven wordt laat het bureau Eelerwoude met diverse voorbeelden zien in een brochure. De panelen worden wat verder uit elkaar gezet of er worden lichtdoorlatende zonnepanelen ingezet. Duidelijk is dat zonne-energie ook kansen biedt voor de natuur, als men daar in het ontwerp rekening mee houdt.


Vervolg

Een flink aantal grondbeheerders is zelf actief betrokken bij een zonne- of windproject. Anderen zien mogelijkheden voor de toekomst of willen goed weten hoe ze met ontwikkelingen in de omgeving om kunnen gaan. Daarom is de vraag gesteld of er na deze goed bezochte tweede bijeenkomst over Duurzame Energie nog een derde zal volgen. De FPG en NVR zullen zich hierover buigen. Leden die geïnteresseerd zijn in het onderwerp zijn welkom om met ideeën te komen of een werkgroep te vormen.

Voor de leden van de FPG zijn de sheets van de Masterclass Duurzame Energie te downloaden.