Ecohydrologisch onderzoek naar het herstel van het Wisselse Veen

Trilveen van zo’n 1,9 hectare met ontzettend veel planten en zwakgebufferde vennen: in het Wisselse Veen bij Epe komen verschillende stikstofgevoelige, bijzondere habitattypen voor. Dit unieke natuurgebied wordt beheerd door de Stichting Geldersch Landschap en Kastelen. Het Wisselse Veen is dan ook een Natura 2000-gebied, waar bijzondere en kwetsbare natuur wordt beschermd. Dat houdt ook in: bescherming tegen stikstof. In de gebiedsanalyse in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) staan daarom maatregelen om de achteruitgang van de stikstofgevoelige habitattypen in het Wisselse Veen te voorkomen. Maar welke van deze maatregelen zijn noodzakelijk om het veen te behouden en te voorkomen dat het verdroogt? Aan Eelerwoude de opdracht om dit te onderzoeken.

Accent op veldwerk

Zelf de vegetatie in het gebied goed bekijken, bodemboringen doen, grond- en oppervlaktewaterstanden meten en de resultaten uittekenen in overzichtelijke dwarsprofielen. Daarnaast veldschattingen van de afvoer van de sloten in het gebied om te achterhalen hoeveel kwelwater deze sloten afvoeren. Hierdoor werd duidelijk wat er aan de hand was met het veen van het Wisselse Veen. Zo is te zien dat het veen aan de zuid- en oostzijde is verdroogd en alleen in een klein deel in het centrum nog in acceptabele staat is. Hier groeien verschillende veenmossoorten en bloeien waterdrieblad, blauwe knoop en wateraardbei. De oorzaak is duidelijk. Alleen hier is de kwel vanuit de Veluwe sterk genoeg om de jaarlijkse fluctuatie van de grondwaterstand te beperken tot maximaal 20 cm. Richting de randen van het veen is de fluctuatie van de grondwaterstand groter, raakt het veen aangetast en verdringen haarmossen en grassen het veenmos.

 

Ontdekking kleischot

Welke sloten zijn nu verantwoordelijk voor afvoer van kwelwater? Uit de peilingen van de grondwaterstand in de boorgaten in en rondom het veen, blijkt de grondwaterstand aan de oostrand van het veen over een afstand van 10 meter maar liefst 1 meter te dalen! Dit kan alleen worden verklaard door de aanwezigheid van een natuurlijke schuingestelde leemlaag in de ondergrond: een zogenaamd kleischot. Het bestaan van kleischotten in stuwwallen, zoals de Veluwe is altijd omgeven door een waas van geheimzinnigheid: men vermoedt dat ze bestaan, ze worden alleen zeer zelden in het veld aangetroffen. Het aangetroffen kleischot in het Wisselse veen is van groot belang voor de instandhouding van het veen: er zit letterlijk een muur in de ondergrond langs de oostkant van het veen.

 

Effectieve hydrologische maatregelen om het veen in stand te houden en zelfs uit te breiden

Door de ontdekking van het kleischot werd duidelijk wat er moet gebeuren: alle sloten aan de westkant van het kleischot bevinden zich in hetzelfde grondwatercompartiment, waarin zich ook het veen bevindt. Al het kwelwater dat deze sloten aan het grondwater onttrekken, gaat direct ten koste van de kwel naar het veen. Gezamenlijk voeren deze sloten 12 l/s kwelwater af. Dat lijkt weinig, maar dit komt op jaarbasis overeen met ca. 400.000 m3 schoon Veluwewater. Het dempen van deze sloten is daarom van het grootste belang voor de instandhouding van het veen en de uitbreiding van het veen in de aangrenzende kwelgevoede bodem van dit grondwatercompartiment. De sloten ten oosten van het kleischot onttrekken kwelwater aan een ander grondwatercompartiment. Dempen van deze sloten is hierdoor van minder groot belang. Toch is dempen en verondiepen van sloten hier belangrijk, omdat hierdoor de tegendruk vanuit het lager gelegen grondwatercompartiment naar het hoger gelegen compartiment wordt hersteld. Uitbreiding van veen is hier niet mogelijk, het grondwater zit er veel dieper. Met deze kennis is een plan voor het hydrologische herstel van het Wisselse Veen gemaakt.

 

Realistische berekening van de effecten van de maatregelen

Door de veldmetingen van de grondwaterstand en afvoer van de verschillende slootjes kon een gedetailleerde modelberekening worden gemaakt waarmee de effecten van de maatregelen vlakdekkend zijn bepaald. Het model kon goed geijkt worden aan de hand van de scherpe overgang van de grondwaterstand en de afvoeren van de verschillende sloten. Zonder de specifieke informatie over de ligging van het kleischot en de afvoerkarakteristieken zou het grondwatermodel een onrealistisch beeld van de effecten hebben gegeven. Uit de berekening kwam naar voren dat vooral ten westen van het kleischot een verhoging van de grondwaterstand is te verwachten.

Neem contact op met onze ecohydrologen voor meer informatie