Ecohydrologisch onderzoek en inrichtingsplan

Door de daling van de grondwaterstand, het wegvallen van kwelstromen of verrijking door meststoffen zijn de natuurwaarden in veel natuurgebieden achteruitgegaan. Voor het vaststellen van effectieve maatregelen is kennis van bodem en water van groot belang. Een inrichtingsplan op basis van ecohydrologisch onderzoek helpt u bij het bepalen van de juiste stappen.

Met behulp van verhelderende dwarsdoorsneden van de bodem wordt de werking van het hydrologisch systeem en de samenhang met de vegetatie inzichtelijk gemaakt. In één oogopslag wordt duidelijk waar de problemen spelen en welke maatregelen effectief zijn om het gebied te herstellen.


Relatie tot PAS en SNL
Het vaststellen van effectieve maatregelen – die tot een daadwerkelijke verbetering van het gebied leiden – is noodzakelijk in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Ook is het vaststellen van een inrichtingsplan belangrijk voor de inrichting van nieuwe natuur in het kader van de subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL), om de natuurwaarden op een beheerbare en betaalbare manier te herstellen.


Combinatie veldwerk en literatuuronderzoek
Bij het uitvoeren van een ecohydrologisch onderzoek en het maken van een inrichtingsplan doen onze ecohydrologen zowel het literatuur- als het veldonderzoek. Ze zijn praktisch ingesteld en gaan graag zelf het veld in.

Hieronder wordt beschreven hoe een ecologisch onderzoek van Eelerwoude in zijn werk gaat:


1) Literatuuronderzoek: de eerste verkenning
Het onderzoek begint meestal met het raadplegen van historische kaarten, online beschikbare databases en literatuur. Hieruit komt een globaal beeld naar voren van de geschiedenis, bodemopbouw, geomorfologie en hoogteligging van het gebied. Ook worden langjarige reeksen van grond- en oppervlaktewater opgevraagd om meer inzicht in het verloop van de (grond)waterstand te krijgen.


2) Veldonderzoek: geen maatpak maar waadpak
De tweede stap is vaak veldonderzoek ter plaatse. Onze ecohydrologen voeren dit graag samen uit met eigenaren en beheerders, om de kennis van het gebied te delen en te vergroten. Hierbij komt lokale kennis en ervaring van omwonenden zeker ook van pas.

Enkele voorbeelden van werkzaamheden:

  • Uitvoeren van bodemboringen om ter plekke belangrijke gedetailleerde informatie over de bodemopbouw te verzamelen.
  • Plaatsen van peilbuizen waarmee het verloop van de grondwaterstand in het gebied wordt gemeten en de grondwaterstroming in kaart wordt gebracht.
  • In kaart brengen van de huidige waterhuishouding. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het controleren van watergangen, duikers en stuwen en het schatten van debieten.
  • Karteren en interpreteren van aanwezige vegetatie.

 

3) Analyse en synthese: overzichtelijk weergave
De verzamelde gegevens worden beschreven in een ecohydrologische systeembeschrijving. De systeembeschrijving wordt vaak geïllustreerd met een schematische dwarsdoorsnede van het natuurgebied. De dwarsdoorsnede laat in één oogopslag veel relevante informatie over het gebied zien. Door de analyse worden de volgende dingen duidelijk:

  • Herstelmogelijkheden: hoe kan de natuurwaarde van het gebied worden hersteld en behouden?
  • Natuurpotenties in het gebied: welke natuurdoeltypen zijn haalbaar op welke plaatsen in het gebied?
  • Benodigde maatregelen: welke ingrepen moeten worden gedaan om dit te bewerkstelligen?

Op basis hiervan wordt een inrichtingsplan opgesteld waarmee de waarde van het natuurgebied weer kan worden hersteld.


Voorbeeld: project Nieuwe natuur Oost-Veluwseweg
Langs de A50 bij afslag Apeldoorn-Noord ligt een terrein van 7,5 hectare dat de gemeente Apeldoorn wil herinrichten tot natte natuur waarin ook kan worden gerecreëerd. In opdracht van de gemeente – om de natuurpotentie van dit gebied te bepalen – heeft Eelerwoude een inrichtingsplan opgesteld op basis van een bodemkundig en hydrologisch onderzoek.

Hiervoor zijn bodemboringen uitgevoerd waarmee drie schematische dwarsdoorsnedes van de ondergrond gemaakt konden worden. Op deze doorsnedes is de bodemopbouw en grondwaterstand van het gebied overzichtelijk weergegeven. Verder is de pH van de bodem gemeten om te zien waar het basenrijke grondwater het dichtst aan maaiveld komt. Ook zijn bodemmonsters genomen op verschillende dieptes, waarmee kon worden onderbouwd in welke mate natuurontwikkeling mogelijk is en of daarvoor de bovengrond moet worden afgegraven.

Op basis van dit onderzoek is een inrichtingsplan gemaakt. Om op verschillende locaties waardevolle natuur te creëren in de vorm van nat schraalgrasland moet de bovengrond fors worden afgegraven. Door de ontgraven delen te laten aansluiten op de bestaande sloten ontstaat er een landschappelijk beeld met verlaagde natte gaslanden, afgewisseld met hogere kruiden- en faunarijke graslandjes. Een wandelpad over de hogere delen zorgt voor een fraai uitzicht op de verlaagde stukken, terwijl de wandelaars droge voeten houden.

Samenwerken aan de inrichting van een natuurgebied?

Vragen? Neem vrijblijvend contact op