Energievisie erfgoed en landschap: Een concreet plan met een breed draagvlak

Veertien procent duurzame energie in 2020, zestien procent in 2023 en energieneutraal in 2050: aan duurzaamheidsambities geen gebrek in Nederland, maar hoe krijgen deze vorm? Op het gebied van erfgoed en landschap slaan Eelerwoude en Het Oversticht de handen ineen om een concrete energievisie te ontwikkelen. De partijen gaan drie pilots draaien in Overijssel om tot een zorgvuldig opgebouwd plan te komen dat op draagvlak kan rekenen van alle beslissingsbevoegde partijen. Patrick de Groot, rentmeester bij Eelerwoude: “Van monumentencommissies tot de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed: alle partijen die in de besluitvorming een stem hebben, worden nu al bij ons plan betrokken.”

Vanuit zijn werk als rentmeester houdt De Groot zich dagelijks bezig met de energieopgave. Ook voor Het Oversticht – dat zich inzet voor een goede kwaliteit van onze omgeving, waaronder ook erfgoed – speelt de energietransitie een grote rol. Marieke van Zanten, architectuurhistoricus bij Het Oversticht: “Door complexen als monumenten aan te merken, geven overheden aan dat ze deze belangrijk vinden. Dit brengt een maatschappelijke opgave met zich mee, waarbij de complexen niet alleen goed bewaard moeten blijven, maar ook rendabel moeten zijn. Anders verliest een complex zijn functie, en dat is weer slecht voor het behoud. Het besparen van energie levert een bijdrage aan het rendabel maken.”

Energievisie op erfgoed en landschap
“En andersom”, vult Patrick de Groot aan. “Veel gemeentes hebben een opgave van verduurzaming en daar kan erfgoed ook weer een bijdrage aan leveren, inclusief de ruimtelijke omgeving daaromheen.” Van Zanten: “En waar Monumentenzorg vaak het imago heeft dat er niks mag, is dat niet altijd zo. Natuurlijk moet je altijd rekening houden met monumentwaarden, maar als je iets zorgvuldig doet, kan het wel. Daarom willen we in discussie met de gemeente om te kijken waar de rek zit, door middel van ontwerpend onderzoek.”

Het onderzoek wordt gefinancierd door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), ingenieursbureau Arno Gadella, Eelerwoude en Het Oversticht. De laatste twee zijn ook de initiatiefnemers. Van Zanten: “De energievisie is een mooie aanvulling op wat we momenteel kunnen bieden. We willen complexen behouden zonder afbreuk te doen aan het geheel. Dit doen we met ons plan, waarin ook nog eens allerlei opgaves gebundeld worden: economisch, technisch, opwerp, financieel, sociaal, noem maar op.”

De Groot: “Op die manier hebben we een energievisie waarmee we aan de slag kunnen: een concrete kansenkaart waaruit duidelijk wordt waar je met energie aan de slag kunt op de korte, middellange en lange termijn. Van het plaatsen van dubbel glas tot het daadwerkelijk leveren van energie, alle mogelijkheden worden meegenomen. Het is een concreet plan, niet alleen voor het hoofdgebouw maar voor het complete complex, waarmee we ook nu al voor andere partijen aan de slag kunnen.”

Drie pilots
Voor dit plan gaan Eelerwoude en Het Oversticht drie pilots draaien in Overijssel, waarbij ze eigenaars helpen om een visie te maken op hun energievraagstuk. Daarmee kunnen ze concrete maatregelen nemen. De Groot: “Hierbij speelt de ambitie van de eigenaren een belangrijke rol. Wat willen zij: besparen, energieneutraal zijn of energie opwekken?” Van Zanten: “En in tegenstelling tot wat veel mensen denken, hebben landgoedeigenaren niet veel geld. Gaan ze investeren in achterzetbeglazing of een zonneveld? Wat levert dit hen op? Dat gaan we inzichtelijk maken in de energievisie.”

Te beginnen met een pilot bij abdij Sion in Diepenveen, die in eerste instantie energie moet besparen om de exploitatie rond te krijgen en als stip op de horizon energieneutraal wil zijn. De Groot: “Is het aanpassen van de abdij genoeg om energieneutraal te zijn? Of moeten in de buitenruimte ook dingen worden aangepast, bijvoorbeeld met zon- of windenergie? We gaan in de pilot op zoek naar antwoorden. De uitkomst hiervan kan zijn dat de abdij uiteraard wel energie kan besparen, maar niet energieneutraal kan zijn, omdat bepaalde dingen in de uitvoering niet mogelijk zijn.”

Belangrijke factoren
De resultaten van de eerste pilot worden meegenomen naar de volgende pilot, waarbij een landgoed centraal staat. De derde en laatste pilot betreft een beschermd dorpsgezicht. Van Zanten: “Die laatste is een lastige, omdat er meerdere eigenaars bij betrokken zijn en we in het project geen ruimte hebben om met alle eigenaren in gesprek te gaan om tot een gedeelde ambitie te komen. Sowieso maken of breken de ambities van de eigenaren het project.”

Daarnaast zijn nog enkele andere factoren van invloed. De Groot: “Zo is het altijd de vraag of eigenaren financieel gezien kunnen overgaan tot het nemen van stappen. Ook moeten de omwonenden altijd worden meegenomen in de besluitvorming en moeten vergunningen worden aangevraagd om aanpassingen te doen.” Van Zanten: “Maar daarom zitten we nu al aan tafel met bijvoorbeeld de monumentencommissies. Zodat we een concreet plan hebben met een breed draagvlak, dat als motivatie bij een vergunningaanvraag kan worden ingezet.”

Ook interesse in een concrete energievisie op uw grond en gebouwen?