Zijn zonneparken spaargronden voor de toekomst?

In totaal adviseerden wij afgelopen tijd ca. 2.000 hectare zonneparken. Van eerste scan, ontwerp, inrichtingsplan en vergunningsaanvraag tot beplantingsplan en beheer. Ook de strategische sessies met gemeenten over onderwerpen als besparen en opwekken, landschappelijke inpassing, draagvlak en participatie, biodiversiteit en natuurlijk de financiële kant van het verhaal. Dit viel ons op.

Kans voor flora en fauna
Door de ondergrond van het zonneveld extensief te beheren wordt de vegetatie kruidenrijker en krijgen bloemen weer kans om te bloeien. Niet alleen goed als voer voor insecten, maar ook als beschutting voor bijvoorbeeld kuikens. Monitoring en bijsturing is hierbij essentieel voor het bereiken van het gewenste eindbeeld. Bijvoorbeeld twee keer per jaar maaien of middels drukbegrazing met schapen. Dit draagt bij aan voedsel voor insecten, waaronder inheemse bijen. Soms wordt ook ruimte geboden aan lokale imkers. Daarnaast kan afhankelijk van het gebied gekozen worden voor een fauna-open of gesloten raster. Dit gecombineerd met juist beheer biedt akkervogels zoals pa trijs en veldleeuwerik een ideale broedplaats in de stevige groene randen, met rust en voedsel binnen handbereik. Houtwallen en singels, indien passend, bieden ruimte voor allerlei andere kleine zoogdieren en vogels. Dit biedt zowel voordeel voor het zonneveld zelf als de omliggende gronden. Al is nog niet iedereen hiervan overtuigd. Ook voor weidevogels is een zonneveld met vaak opgaande randbeplanting geen verrijking.

Landschapsherstel
Zonnevelden zelf worden vaak gezien als verindustrialisering van het landelijk gebied. Het is iets uit de technische kringloop dat je naar de natuurlijke kringloop brengt. Van (vee)voerproductie naar energieproductie. In vergelijking met regulier  landbouw kon het echter wel eens minder industrieel zijn, met meer ruimte voor natuur. Gekeken naar de oppervlakte indeling kunnen we stellen dat circa 80 procent van het oppervlakte van een zonneveld primair wordt gebruikt voor het plaatsten van zonnepanelen (inclusief de tussenliggende beheerpaden). De overige 20 procent wordt gebruikt voor de landschappelijke inpassing. In feite betekend dit herstel van vaak recent verdwenen landschapselementen. Doordat er geen chemicaliën meer worden gebruikt krijgt de bodem onder die 80 procent dertig jaar lang rust. Organisch stof kan zich weer opbouwen en bodemleven herstellen. Zolang er maar licht en water op de bodem komt. Dit wordt bij een zuidgeoriënteerde opstelling ruimschoots gehaald. Of dit ook bij goed beheerde oost-west opstellingen het geval is vraagt nader onderzoek.

Draagvlak en weerstand
Het allerbelangrijkst is draagvlak. Dit is momenteel het moeilijkst te realiseren. Financiële participatie op allerlei manieren en compensatie met geld is niet voldoende om de zorgen over zicht en industrialisering van het landelijk gebied weg te nemen. Deels betreft het nog koudwatervrees. De meerderheid van de omwonenden van toekomstige zonnevelden heeft nog nooit een park in het echt gezien. En als het park goed wordt ingepast, kan de gefreesde hinder uitblijven. Volledig onzichtbaar maken is niet de bedoeling. Dan creëer je zwarte gaten in het landschap. Net als bij alle andere ontwikkelingen moet hier worden gestreefd naar een goede sociale, ruimtelijke en landschappelijke inpassing.

Overtuigd?
Al met al vormen zonnevelden niet alleen een financieel verdienmodel, maar zijn het ook de spaarbodems voor de toekomt op het gebied van biodiversiteit en bodemleven. Eelerwoude werkt aan dit thema met al haar vakgroepen. Van rentmeesters, ruimtelijke ordening, ecologie, landschapsarchitectuur tot cultuurtechniek. Neem contact met ons op voor meer informatie.

Wilt u meer dan de financiële meerwaaarde van een zonneveld ontdekken? Neem contact op.